1. Algemene TREC Informatie  2. Wat is TREC
  3. Wat is POR 4. Wat is MA
  5. Wat is PTV 6. Wedstrijdverloop
  7. De MA 8. De PTV
  9. Tot slot
  1. Algemene TREC informatie
  Een TREC wedstrijd is in feite een bekwaamheidstest voor recreatieruiters waarbij de nadruk wordt gelegd op de vaardigheden in trektochttechnieken en de saamhorigheid tussen ruiter en paard.
De wedstrijd wordt meestal in een weekend gehouden, omdat het uit 3 onderdelen bestaat. Het kan vergeleken worden met SGW, maar dan voor recreatieve ruiters.
   
  Omdat trektochten rijden in Frankrijk een professioneel beroep is, was men op zoek naar een meetbare test voor ruitertoeristen.
Het oorspronkelijke idee is uiteindelijk geëvolueerd naar de TREC wedstrijden.
TREC komt dus oorspronkelijk uit Frankrijk, vandaar dat internationaal de Franse afkortingen worden gebruikt.
TREC staat voor Technique de Randonnée Equestre de Compétition en betekend letterlijk competitieve ruiter trektochttechnieken.
   
Top Tijdens een TREC wedstrijd moet de combinatie ruiter/paard aantonen dat ze zich in elke klassieke trektochtsituatie kunnen redden.
De ruiter zal het vertrouwen van het paard moeten winnen, zodat deze uitvoert wat er van hem/haar verlangd wordt. Er is dan ook een grote dosis behendigheid, doorzettingsvermogen, kalmte en uithoudingsvermogen nodig om het paard door allerlei hindernissen te loodsen, ongeacht de aard of de weersomstandigheden.
De gangen moeten optimaal onder controle zijn om geen kracht te verspillen en de technische aanpak van de obstakels wordt gezamenlijk overwonnen.
Omdat er zowel hindernissen te voet als te paard zijn, is het belangrijk dat er wederzijds vertrouwen en optimale communicatie is.
Een degelijke technische voorbereiding, correcte conditietraining en een goede dressuurbasis zijn extra in je voordeel tijdens de wedstrijd.
  1.1 De hele wedstrijd bestaat dus uit drie onderdelen, namelijk:
  - Een oriëntatierit (POR = Parcours d’Orientation et de Regularité)
  met voorgeschreven snelheden.
- Een gangenbeheersingsproef (MA = Maîtrise des Allures”)
  waarbij je een afstand van 100 of 150m zo langzaam mogelijk moet galopperen (heen)
  en zo snel mogelijk moet stappen (terug).
- Een terreinrit met hindernissen (PTV = Parcours en Terrain Varié)
  bestaande uit een afstandsrit met zo’n 16 hindernissen
  die je binnen een bepaalde tijd moet afleggen.
   
  Meer informatie over de afzonderlijke onderdelen vind je op de website en uiteraard in de reglementen van de TREC club Nederland. Daar vind je ook informatie over alle afzonderlijke PTV hindernissen.
Bezoek onze website: www.trec-club.nl
   
  Om TREC te starten heb je geen startkaart nodig en hoef je nog niet lid te zijn van de vereniging.
Je mag 3 keer starten zonder lid te zijn van TREC club Nederland, waarvan maximaal 2x in één jaar.
Het wordt aangeraden om, voordat je de eerste wedstrijd rijdt, de algemene reglementen en de hindernisreglementen door te lezen.
Zeker als je ook in het buitenland start, want daar kunnen de reglementen net iets anders zijn dan in Nederland.
We merken vaak dat mensen punten laten liggen doordat ze de reglementen niet kennen en soms kan dit zelfs uitsluiting tot gevolg hebben.
   
Top Als men normale normen en waarden heeft, wederzijds respect naar mens en dier en veiligheid in acht neemt, kan iedereen aan een TREC wedstrijd deelnemen.
Het is vanzelfsprekend dat brutaliteit, doping of mishandeling van dieren bestraft wordt met uitsluiting en ook fair-play tussen de deelnemers onderling staat in een hoog vaandel.
  1.2 Niveaus
  TREC wedstrijden kennen verschillende wedstrijdniveaus, die telkens wat meer vragen van de conditie of technischer zijn qua opdrachten en hindernissen.
De T1 is de kennismakingsklasse,
deze is voor beginnende TREC ruiters die nog geen lid zijn van de vereniging.
De T2 is vergelijkbaar qua niveau, maar is voor ruiters die wel lid zijn van de vereniging.
In de T3 wordt het een stapje moeilijker met navigeren en zijn de hindernissen moeilijker.
De T4 is de hoogste Nationale klasse.
   
Top Een ruiter die net begint met TREC start over het algemeen in de T1 of T2.
Er is bij TREC club Nederland geen verplichte promotie, dus je kan ook in deze klasse blijven rijden. In deze klasse mag je tijdens de POR in een groep (equipe) van 2-3 personen rijden.
In de T3 mag dit ook, maar dan met maximaal 2 ruiters.
Vanaf de T4 start je individueel.
  2. Wat is een TREC wedstrijd nou eigenlijk?
  Voordat je jouw eerste wedstrijd start, zit je waarschijnlijk met een hoop vragen, we zullen proberen om op al deze vragen een antwoord te geven.
   
  2.1 Hoe lang duurt een TREC wedstrijd?
Top De TREC wordt meestal op 2 dagen gereden.
Wanneer er alleen de klassen T1 en T2 aangeboden worden, kan het ook zijn dat de wedstrijd op 1 dag wordt gehouden.
In bepaalde gevallen wordt er zelfs een TREC-de-nuit, een nacht TREC, gehouden. Die begint aan het eind van de avond en de deelnemers moeten dan met kaart, kompas en hoofdlicht hun weg zien te vinden. Een nacht TREC mag alleen uitgeschreven worden voor de klasse T2, T3 en de T4.
   
  2.2 Wat voor paard(en) heb je nodig?
  Per deelnemer mag je per wedstrijd maar met één paard meedoen.
De wedstrijd kijkt naar de combinatie op 3 onderdelen, dus alle onderdelen worden met hetzelfde paard gereden.
  Het paard moet minstens 5 jaar oud zijn voor de T1 en T2 en 6 jaar oud zijn voor de T3, T4, de kampioenschappen en internationale wedstrijden om mee te mogen doen.
Het paard moet over een goede conditie beschikken, dopingvrij zijn, kalm, rustig en aandachtig zijn en een team vormen met de ruiter.
Het paard moet ook een nationaal paspoort hebben, gechipt zijn en correct gevaccineerd zijn volgens de regels van het organiserende land.
Top Elk paard, mist deze voldoet aan de bovenstaande beschrijving, mag meedoen aan een TREC wedstrijd. Afstamming, type en ras maken niets uit, als ze maar een schofthoogte hebben van minimaal 1m30.
Elk ras of type paard heeft zijn voor- en nadelen. Een nerveus paard zal misschien meer moeite hebben met het stilstaan om kaart te lezen en sommige hindernissen uit de PTV, terwijl een ‘koeler’, langzamer paard meer moeite kan hebben met het halen van snelheden en sommige hindernissen minder enthousiast zal nemen.
Het belangrijkste voor het paard is een goede gezondheid en een goede conditie.
  2.3 Wat heeft de ruiter nodig om mee te doen?
Top Een ruiter moet minimaal 16 jaar zijn om individueel mee te doen aan een TREC wedstrijd.
Vanaf 12 jaar mag een ruiter wel meedoen als deze in equipe rijdt met iemand van minimaal 18 jaar oud.
Jeugdruiters van 12 tot 14 jaar mogen starten in de klasse T1 en T2.
Jeugdruiters van 14-16 jaar mogen starten in de klasse T3.
Het is natuurlijk wel nodig dat de ruiter zich kan verplaatsen met behulp van een stafkaart en dat de hindernissen goed en veilig overwonnen worden.
Minderjarigen moeten wel een toestemmingsformulier laten tekenen door hun ouders.
   
  2.4 Wat voor uitrusting heb je nodig voor de wedstrijd?
  Het Nederlandse reglement is hier best vrij in.
Er zijn een paar dingen die niet mogen, zoals vaste hulpteugels (o.a. Thiedemann) en touwhalsters die smaller zijn dan 2x 6mm.
Je mag niet zonder zadel of zonder hoofdstel rijden.
De optoming is vrij, het maakt dus niet uit welk bit of welke bitloze optoming je gebruikt, als deze maar voor de hele wedstrijd hetzelfde is.
Tijdens de hele wedstrijd is het verplicht om het zelfde zadel te gebruiken. Dit kan door de organisatie gecontroleerd worden.
Een glijdende martingaal mag wel, maar dan moet je zorgen dat je jouw paard wel veilig en correct kan leiden als dat nodig is.
Tijdens de wedstrijd moet je een conform EN1384-goedgekeurde helm dragen.
Een bodyprotector mag voor de klasse T1 en T2, in de klasse T3 en T4 is het verplicht in Nederland.
Sporen en zweep mogen ook, mits deze correct gebruikt worden.
Top Let wel goed op onder welk reglement een wedstrijd georganiseerd wordt.
Onze buurlanden kunnen afwijkende reglementen hebben.
   
  2.5 Hoe zit het met hoefbeslag?
Top Voor sommige wedstrijden wordt het vanwege de ondergrond wel aangeraden om beslag te hebben, maar je paard mag gewoon blootsvoets aan de wedstrijd deelnemen.
Voor de wedstrijd wordt gecontroleerd of je paard beslagen is.
Als je paard tijden de POR een ijzer kwijtraakt, mag je pas verder als er passende bescherming is aangebracht; een nieuw ijzer of een hoefschoen.
Let wel : Als je in de POR met hoefschoenen rijdt, hoef je die niet te gebruiken tijdens de andere onderdelen.
   
  2.6 Waar wordt op gecontroleerd?
Top Tijdens de veterinaire keuringen wordt er zowel naar het algemene beeld als een paar specifieke dingen gekeken.
De hartslag en ademhaling worden zowel voor als na de POR gecontroleerd, net als de slijmvliezen, de darmgeluiden en eventuele gevoeligheid van de spieren.
Ook wordt er gekeken naar de locomotie, hoe het paard beweegt.
Je zal gevraagd worden om een stukje met het paard te stappen en dan aan te draven, om te draaien en weer aan te draven.
Al deze gegevens worden bijgehouden en aan de hand hiervan zal de dierenarts beoordelen of het paard fit genoeg is om mee te doen.
Voor, tijdens of na de POR zal ook de optoming en de bepakking gecontroleerd worden.
  3. Wat is nu eigenlijk een POR?
  De POR is het eerste onderdeel van de TREC en staat voor Parcours d’Orientation et de Regularité, oftewel een oriëntatierit met een voorgeschreven snelheid.
De lengte, snelheid en verplichte bepakking zijn afhankelijk van het niveau waarin je rijdt.
De POR wordt op stafkaart gereden.
20 minuten voor vertrek krijg je een moederkaart waar de route al op staat, en een blanco stafkaart, waar je de route op moet overnemen.
  Tijdens het intekenen blijft het paard netjes vastgebonden bij de aanbindplaats staan.
Er wordt dus van je verwacht dat jouw paard braaf alleen kan blijven staan.
Kan je paard niet braaf alleen staan, zorg er dan voor dat iemand op jou paard let.
  De route is door de organisatie opgedeeld in 3-10 trajectonderdelen, die ieder in een bepaald tempo gereden moeten worden.
Tussen de trajecten staat een controlepost die de tijd zal noteren.
Op basis van de tijd wordt berekend of de ruiter zich aan de voorgeschreven snelheid heeft gehouden.
De controlepost noteert ook of je bij de post goed aan bent gereden.
Als je de post vanaf de verkeerde kant aanrijdt, krijg je strafpunten.
Na de post begint ook weer een nieuwe voorgeschreven snelheid, tussen de 6 en 12 km/u.
Omdat je als ruiter niet weet waar de controleposten staan, zal je constant het tempo en de terreinomstandigheden in de gaten moeten houden.
Top Tijdens de rit zoek je dus zelf je weg door middel van de kaart, er staat onderweg geen route aangegeven!
In de T1 en T2 mag je met maximaal 3 mensen in een groepje rijden (equipe) in de T3 is dat maximaal 2.
In de hogere klassen rijd je individueel en is de moeilijkheidsgraad groter.
   
  3.1 Wat wordt erin de POR gevraagd?
  Uiteindelijk draait het in de POR om drie dingen:
- De conditie en het uithoudingsvermogen van ruiter en paard.
- Het oriëntatievermogen en kaartlezen van de ruiter.
- Het aanhouden van een bepaalde snelheid te paard.
Top Voor vertrek van de POR krijg je ook een zogenaamde ruiterkaart.
Op deze kaart wordt genoteerd wat de aankomst- en vertrektijd is bij elke post en of de bepakking klopt.
Mocht je onderweg een knipper tegenkomen, dan knip je hiermee in je ruiterkaart.
De knippers hebben allemaal een ander patroon, zo weet de organisatie ook dat je ook echt alle knippers tegen bent gekomen.
   
  3.2 Bepakking tijdens de POR
  In de POR worden, naargelang de klasse, een aantal verplichte items gevraagd om mee te nemen. Deze zijn:
  T1/T2:
  - Halster (of halsterhoofdstel)
- Touw
- Identiteitspapieren van paard (mag een kopie zijn)
- Identiteitspapieren ruiter (geen kopieën toegestaan!)
- Eventueel informatie over ziektes, allergieën of medicijnen
- Mes
- Hoevekrabber.
  T3 en T4:
Top - Halster (of halsterhoofdstel)
- Touw
- Identiteitspapieren van paard (mag een kopie zijn)
- Identiteitspapieren ruiter (geen kopieën toegestaan!)
- Voor beslagen paarden, een hoefschoen of een noodset voor hoefijzers
  * Met de noodset moet een loshangend ijzer verwijderd kunnen worden
    of deugdelijk worden vast gemaakt
- Eventueel informatie over ziektes, allergieën of medicijnen
- Ruiterverlichting
  (wit voorzijde, rood achterzijde en reflecterende banden om goed zichtbaar te zijn)
- EHBO set bestaande uit:
  * 6 steriele gaasjes
  * 1 schaar met ronde uiteinden
  * 1 zelfklevende elastische bandage, 10 cm breed
  * 1 flesje desinfectans of 1 flesje antiseptisch
  * Mes
  * Hoevekrabber.
  4. Wat is een MA?
  De MA (Maîtrise des Allures) ofwel de gangenbeheersingsproef, is vaak het tweede onderdeel.
Het test of de ruiter controle heeft over de gangen van het paard.
Het gaat erom dat je zo langzaam mogelijk kan galopperen en zo snel mogelijk kan stappen.
Het pad waar de MA gehouden wordt is zo’n 2 meter breed en 100 tot 150 meter lang.
Tijdens de MA gaat het erom dat je jouw paard het hele traject in dezelfde gang houdt en niet buiten de markering komt.
  In totaal vallen er 60 punten te verdienen bij de MA:
30 voor de stap en 30 voor de galop.
Val je tijdens een van beide trajecten in een andere gang of stapt het paard buiten de baan, dan kan je alsnog punten halen tijdens het andere traject.
Top De punten worden dus bepaald op basis van de snelheid.
Langs de baan zullen meerdere juryleden staan om de gangen te beoordelen.
Omdat je hier behoorlijk wat punten kan verdienen als je het goed doet, loont het zeker om hier goed op te trainen.
  5. Wat is de PTV?
  De PTV is het derde onderdeel en staat voor Parcours en Terrain Varié oftewel een behendigheidsparcours of terreinrit.
  De organisatie kan kiezen uit zo’n 37 verschillende hindernissen, die onder het zadel of aan de hand gedaan moeten worden.
De hindernissen zijn natuurlijke of gesimuleerde moeilijkheden, zoals een boom, brug, poort, achterwaarts of een waterpassage.
  De route van de PTV is 1,5 tot 5 kilometer lang en moet afgelegd worden in een ideale tijd met een snelheid van gemiddeld 8 tot 12 km/u.
  Je mag zelf kiezen welke gang je tussen de hindernissen aanhoudt, maar tussen de markeringen bij een hindernis kan de gang het aantal punten bepalen wat je voor de hindernis krijgt.
Een niet genomen hindernis levert geen punten, maar ook geen diskwalificatie op.
Wel moet je je afmelden bij de hindernisjury, deze zal aangeven wanneer je mag vertrekken naar de volgende hindernis.
Het parcours kan je van tevoren bekijken, vaak met de organisatie, die de hindernissen nog zal toelichten.
Top Tijdens de PTV zal de jury van een hindernis de combinatie beoordelen op doeltreffendheid, doorzettingsvermogen en de stijl.
  6. Wedstrijdverloop
  6.1 Inschrijven
Top Enkele weken/maanden voor aanvang van de wedstrijd komt het inschrijfformulier op de website te staan. Houdt hiervoor goed de website in de gaten vanaf wanneer de inschrijving opent, zodat je niet te laat bent en alles al vol zit.
Vul het formulier volledig in met alle informatie over jou en je paard.
Controleer of de entingen in het paspoort kloppen.
Je moet een basisenting hebben (twee entingen met ongeveer 6 weken ertussen) en daarna steeds binnen een jaar geënt hebben.
Lees hiervoor de reglementen na!
Niet alleen hiervoor, maar je wordt geacht de reglementen te kennen als je op wedstrijd gaat.
   
  6.2 Aankomst
Top Als je aankomt op de wedstrijdlocatie kan je je eerst gaan melden bij het secretariaat.
Daar betaal je eventueel nog openstaande kosten en wordt er aangewezen waar je de trailer kan parkeren en een paddock kan maken voor je paard.
Het is de bedoeling dat je zelf materiaal meeneemt om een paddock te maken, dit is niet aanwezig.
Je kan later terugkomen op het secretariaat om de entingen te laten controleren en eventueel je rugnummer te krijgen.
   
  6.3 Veterinaire controle
  De veterinaire controle bestaat uit het controleren van de hartslag, ademhaling, slijmvliezen, darmen en spieren.
Ook wordt er gekeken naar de locomotie, of je paard regelmatig loopt.
Alle resultaten worden bijgehouden door de dierenarts en zijn/haar assistent.
Top Er kunnen drie veterinaire controles zijn.
De eerste is voorafgaand aan de POR.
Dit kan op vrijdagavond gedaan worden voor de mensen die op vrijdag aankomen of op zaterdagochtend voor de mensen die op zaterdag aankomen.
Er is alleen een aanvangstijd voor de keuring, zorg er dus voor dat je op tijd bent.
De tweede controle is een half uur nadat je terugkomt van de POR.
Zorg ervoor dat je je binnen een half uur bij de dierenarts meldt.
De laatste controle is op zondag, voordat je begint aan de MA en PTV.
De organisatie geeft van te voren aan hoeveel veterinaire controles er gedaan worden.
  6.4 Klaarmaken voor de POR
  Als je paard is goedgekeurd mag je op zaterdagochtend opzadelen en zorgen dat je op tijd klaar bent voor de start.
Denk eraan dat je een verplichte bepakking mee moet nemen en dat deze gecontroleerd wordt.
  De verplichte bepakking voor de klasse T1 en de T2 bestaat hieruit:
- Halster (of halsterhoofdstel)
- Touw
- Identiteitspapieren van paard (mag een kopie zijn)
- Identiteitspapieren ruiter (geen kopieën toegestaan!)
- Eventueel informatie over ziektes, allergieën of medicijnen
- Mes
- Hoevekrabber.
Top Zorg ervoor dat je bepakking goed vastzit en gelijk verdeeld is.
Zware zadeltassen kunnen drukplekken veroorzaken en losse zadeltassen kunnen een paard goed laten schrikken als je gaat draven.
Een halster kan je makkelijk onder of over je hoofdstel doen.
Het touw kan je aan het halster laten zitten en aan je zadel binden of opgerold aan je zadel bevestigen.
Let op: je moet met dit halster je paard ook vastzetten tijdens het intekenen.
Het wordt ten strengste afgeraden om vast te zetten met een touwhalster!
Mocht er koud weer verwacht worden, zorg dan voor een uitrijdeken om je paard tijdens de lunchpauze warm te houden.
   
  6.5 Starten met de POR
  Je hebt in de week voor de wedstrijd een starttijd gekregen.
Ruim op tijd meld je jezelf bij de maproom.
Hier zal je telefoon verzegeld worden.
Wanneer je je kaart hebt gekregen heb je 20 minuten de tijd om de route over te nemen en uit te meten.
Het intekenen doet een deelnemer individueel en er mogen geen vragen over de kaart gesteld worden aan de waarnemers.
De deelnemer moet zelf zorgen voor pennen en stiften.
Het wordt aangeraden om verschillende soorten en kleuren mee te nemen, omdat sommige pennen niet werken op geprinte kaarten.
Donkere kleuren worden afgeraden, omdat je dan de onderliggende kaartgegevens niet meer ziet.
De stafkaarten zijn 1:25000.
  Vanaf de T3 kan je ook Grid- of Azimutopdrachten krijgen.
Bij Azimut wordt er een route gegeven die alleen op kompas gereden kan worden en bij Grid krijg je kaartcoördinaten die je op je kaart moet intekenen en later op moet zoeken.
Het kan zijn dat je naar een controlepost moet rijden, of twee punten waartussen je de ideale en kortste weg mag kiezen.
Top In de T1 en T2 variëren de afstanden van de POR van maximaal 15 kilometer (1-daagse) tot maximaal 25 kilometer (2-daagse).
Dit loopt per klasse op tot 45 kilometer.
Een deelnemer zal daardoor tussen de 2 en 7 uur onderweg zijn.
  6.6 Controleposten
  De totale route wordt opgedeeld in nog 3 tot 10 stukken met telkens een controlepost ertussen.
De locatie van deze controleposten is onbekend.
Bij de controlepost is een rusttijd van 5-15 minuten die niet meetelt in de rijtijd en na de controlepost wordt een nieuwe snelheid opgegeven.
Op de controlepost kan ook een dierenarts aanwezig zijn en bij oververmoeide paarden kan een dwangpauze worden opgelegd, die wél meetelt in de rijtijd.
  Een controlepost kan bemand of onbemand zijn.
Een onbemande controlepost bestaat meestal uit een oranje object (pylon) met een knipper.
De deelnemer knipt hier mee in de kaart, waardoor de jury weet dat de juiste route is gevolgd.
Een bemande post heeft controleurs die de tijd noteren op een eigen lijst en op de ruiterkaart van de deelnemer.
  De ruiter begint met een krediet van 240 punten en voor elke minuut verschil met de ideale rijtijd per traject wordt één punt afgetrokken.
Een gemiste controlepost kost de deelnemer 50 punten en het verkeerd aanrijden van een controlepost kost 30 punten.
Het ontbreken van de verplichte bepakking kost 2 tot 10 punten.
Als een deelnemer te laat bij de start of een controlepost vertrekt straft deze zichzelf, doordat deze tijd gecompenseerd moet worden.
  De strafpunten worden per afzonderlijk traject gerekend.
Het kan dus zijn dat het totaal aan strafpunten negatief kan uitvallen en lager ligt dan de 240 punten die de deelnemer aan de start krijgt.
  Naast de verplichte bepakking kan het nuttig zijn om niet-verplichte hulpmiddelen mee te nemen zoals een opvouwbare emmer om het paard bij warm weer te kunnen laten drinken, een fluitje voor in geval van nood, een poncho, wc-papier en tie-rips of Ductape voor eventuele reparaties onderweg.
Een mobiele telefoon mag wel meegenomen worden, deze zal verzegeld worden voor aanvang van de POR.
Maar let op: het gebruik van mobiele telefoon, GPS, Walkie-Talkie, etc. zijn verboden! Gebruik van telefoon is alleen toegestaan voor noodgevallen.
Top Voordat je de POR start zal er ook gemeld zijn waar de ‘End of route’ is.
Op dit punt meld de deelnemer zich nadat hij de finish heeft gepasseerd om te horen of, waar en wanneer er een veterinaire keuring is.
Als de finishpost gemist wordt en de ruiter meldt zich op het eindpunt, dan zal deze tijd worden genoteerd en wordt de finishpost als gemiste post aangerekend.
De deelnemer heeft dan wel de POR uitgereden.
  7. De MA
Top In de MA wordt de beheersing van de gangen stap en galop getest.
Er is een maximum van 60 punten te verdienen:
30 voor de galop en 30 voor de stap.
Tijdens de proef moet de deelnemer zo langzaam mogelijk in galop en zo snel mogelijk in stap het (afgebakende) parcours afleggen, wat 100 meter of 150 meter lang en zo’n twee meter breed is.
Over de hele lengte van de baan staan juryleden die de gangen controleren. Onregelmatigheden, gangonderbrekingen en het buiten de baan raken levert 0 punten op voor dat onderdeel.
De deelnemer dient wel de aanwijzingen van de jury op te volgen, zodat de tijdwaarneming klaar staat voor elk onderdeel.
  8. De PTV
  Dit onderdeel beoordeeld de gehoorzaamheid van het paard, de bereidwilligheid en de moed op de hindernissen, de souplesse en de regelmaat in de gangen, de bodemvastheid en de voetzekerheid als ook de samenwerking en de teamgeest tussen de ruiter en zijn paard in de verschillende moeilijkheden op het terrein.
  Het parcours moet aangeduid worden vanaf de eerste dag van de wedstrijd en moet volgende gegevens bevatten:
- De start- en aankomstplaats.
- De afstand.
- De maximaal toegelaten tijd.
- De hindernissen (naam en nummer).
- De overschrijdingswijze (aan de hand of te paard).
- De gang (indien verplicht) stap, draf, galop of vrije gang.
  De PTV vind plaats op een terrein van 1,5 tot 5 kilometer lengte.
De ideale rijtijd van het parcours zal vastgesteld worden door de parcourschef.
Meestal wordt er 8 tot 12 km/u gereden.
Het parcours mag eerst te voet en zonder paard verkend worden.
Meestal is er een gezamenlijke verkenning, zodat de parcourschef nog informatie kan geven over de verschillende hindernissen.
Op het parcours staan 16 genummerde hindernissen opgesteld, zoals je die op een trektocht tegen zou kunnen komen.
De hindernissen moeten in de aangegeven volgorde gereden worden.
Links en rechts zijn de hindernissen afgevlagd (links=wit, rechts=rood).
Voor elke hindernis staat er in het hindernisreglement beschreven hoe er de meeste punten verdiend kunnen worden en hoe de hindernis uitgevoerd moet worden.
  Voor elke hindernis kan er 10 punten verdiend worden, dus in totaal 160 punten.
Een niet genomen hindernis levert geen punten op, maar ook geen diskwalificatie.
Als de ruiter een hindernis over wil slaan moet dit wel bij de jury van de betreffende hindernis gemeld worden. De jury zal aangeven wanneer de ruiter verder mag, dit in verband met een eventuele oneerlijke tijdsconcurrentie.
Vergeet een deelnemer zich af te melden bij een hindernis, dan zal dit aangerekend worden als een parcoursfout en levert de PTV 0 punten op.
De ruiter wordt dan wel geklasseerd voor de wedstrijd.
Top Elke hindernis wordt beoordeeld met punten tussen de 0 en 10.
Daarbij tellen de stijl en de uitvoering mee, maar is het ook afhankelijk van de tijd, het aantal pogingen en eventuele strafpunten.
In de T1 en T2 zijn de hindernissen (sprong op/afsprong) maximaal 60 centimeter hoog. De juryleden van elke hindernis hebben een lijst waarop ze elke combinatie kunnen beoordelen.
  8.1 Richtlijnen van de beoordeling
  Uitvoering (foutenlast):
- Wel of niet uitgevoerd, weigering
- Wel of niet overwonnen
- Bewogen of niet bewogen
- Gehoorzaam of ongehoorzaam
  Het aantal punten wat per hindernis gegeven wordt:
- 7 punten: geen weigering of ongehoorzaamheid, geen ingreep van de ruiter,
  geen storing in de verplichte gang of voortbeweging.
- 4 punten: één weigering of ongehoorzaamheid, één ingreep van de ruiter,
  één storing in de verplichte gang of voortbeweging.
- 1 punt: twee weigeringen of ongehoorzaamheden, twee ingrepen van de ruiter,
  twee storingen in de verplichte gang of voortbeweging.
- 0 punten: drie weigeringen of ongehoorzaamheden, drie ingrepen van de ruiter,
  drie storingen in de verplichte gang of voortbeweging waarbij de deelnemer weliswaar
  niet is uitgeschakeld voor de PTV.
- Fout parcours: 0 punten voor de gehele PTV
Top De overige punten die verdiend kunnen worden zijn voor de stijl:
- Zeer goed : +3
- Goed : +2
- Voldoende : +1
- Middelmatig : 0
- Onvoldoende : -1
- Slecht : -2
   
  8.2 Specifieke opmerkingen en voorbeelden
Top - Bij een hindernis waar een bepaalde gang is voorgeschreven (galop, stap, draf) wordt
  een onderbreking of een storing in het ritme/gang beoordeeld in de rubriek “Uitvoering”.
- Als een langzamere gang gekozen wordt (bvb. galop is verplicht maar men rijdt alles in
  draf), dan wordt dit beoordeeld in de rubriek “Stijl”.
- Wisselt de combinatie in de hindernis van een snellere naar een langzamere gang,
  dan wordt voor de punten in de stijlbeoordeling de langzamere gang beoordeeld.
- Een val (van paard en/of ruiter) in de hindernis krijgt een 0-score voor de die hindernis.
- Een val (van paard en/of ruiter) buiten de strafzone straft zichzelf in de tijd.
- Een 0-score voor de uitvoering van een hindernis resulteert automatisch in een totale 0
  score voor desbetreffende hindernis.
- Als een hindernis bedoeld is om onder het zadel genomen te worden,
  en deze wordt aan de hand genomen,
  dan volgt een 0-score voor deze hindernis.
- Bij het voeren aan de hand dienen de stijgbeugels altijd opgestoken of over het zadel
  gelegd te worden uit veiligheidsoverwegingen
  (ook fenders bij westernzadels kan met een koordje vastgebonden worden aan de knop).
  Dit niet doen levert strafpunten op.
- Bij op- of afsprongen aan de hand mag, in de hindernis de neus van het paard
  NOOIT de schouder van de ruiter voorbijsteken op straffe van een fout.
  8.3 Strafpunten
Top Extra strafpunten kunnen worden gegeven voor overwinning van een hindernis met grove en/of onnodig extreme inwerking van de hulpen of het veroorzaken van gevaarlijke situaties.
Bij hindernissen aan de hand wordt een strafpunt gegeven als de stijgbeugels niet opgestoken of over het zadel liggen.
   
  8.4 Tijd
Top Het overschrijden van de ideale PTV tijd levert eveneens strafpunten op:
1 punt per 4 seconde overschreden rijtijd met een maximum van 30 strafpunten.
   
  8.5 Eindresultaat
Top Het eindresultaat in de PTV is het aantal uitvoeringspunten per hindernis plus de stijlpunten min de strafpunten (extra strafpunten + tijdsoverschrijding).
   
  9 Tot slot
  TREC staat ook voor vriendschap en fair-play ongeacht de taal, de religie, het type paard, de rijstijl (zowel Endurance uitrusting als western outfit vindt men broederlijk naast elkaar), het ongedwongen samenzijn en samen een gezonde buitenluchtsport beoefenen met ieders belangrijkste vriend, het paard!
  TREC staat voor een gezellig weekend onder vrienden.
  TREC staat vooral in het teken van het paard.
Top Veel plezier bij de volgende TREC wedstrijd.