Informatie over hindernissen in de online Traditionele Working Equitation wintercompetitie
In de online Traditionele Working Equitation wintercompetitie worden niet alle hindernissen uit het Nationale reglement gebruikt. Toch geven we op deze pagina informatie over alle hindernissen, zodat deelnemers en geïnteresseerden een volledig overzicht hebben van wat er mogelijk is binnen deze discipline.
Traditionele Working Equitation: Hindernissen en Klassen
Bij de traditionele Working Equitation worden er twintig hindernissen gebruikt, die ook bij internationale wedstrijden van FITE worden toegepast. FITE onderscheidt drie klassen: Junioren, Young Riders en Senioren. De Nederlandse Traditionele Reglementen zijn afgeleid van deze indeling. De klassen Junioren, Young Riders en Senioren komen overeen met die van FITE; alle overige klassen zijn hierop gebaseerd en zijn ingedeeld op basis van het niveau dat van een ruiter in een bepaalde klasse mag worden verwacht.
Overzicht van Hindernissen
- Poort
- Kruik
- Doorgang met bel: recht, L-vorm, dubbele L-vorm. De rechte doorgang is voor alle niveaus, de L-vorm voor Young Riders, M1, M2, Z1 en Z Masters, en de dubbele L-vorm voor Z1 en Z Masters.
- Dubbele slalom: voor alle klassen
- De 3 tonnen: niet voor Leadline Bixie, Bixie, Jeugd B, B1 en B2
- Het achterwaarts gaan: recht, L-vorm of dubbele L-vorm. Recht voor alle niveaus, L-vorm voor Young Riders, M1, M2, Z1 en Z Masters, dubbele L-vorm voor Z1 en Z Masters.
- Stok uit de ton halen
- Ringsteken
- Stok terugplaatsen in ton
- Enkele slalom: voor alle klassen
- Figuur acht
- Brug
- Livestock pen
- Waterpassage
- Hoed
- Zijwaarts links: recht, L-vorm of dubbele L-vorm. Recht voor alle niveaus, L-vorm voor Young Riders, M1, M2, Z1 en Z Masters, dubbele L-vorm voor Z1 en Z Masters.
- Zijwaarts rechts: recht, L-vorm of dubbele L-vorm naar rechts. Recht voor alle niveaus, L-vorm voor Young Riders, M1, M2, Z1 en Z Masters, dubbele L-vorm voor Z1 en Z Masters.
- Sprong
- Opsprong
- Afsprong
Deze indeling van hindernissen en klassen zorgt ervoor dat Working Equitation zowel nationaal als internationaal op een uniforme manier beoefend kan worden, waarbij rekening wordt gehouden met het niveau van de ruiter en de specifieke eisen van de klasse.
Overgangen en markeringen
Bij het nemen van een hindernis moeten de gevraagde overgangen plaatsvinden bij de markeringen. Het is verplicht om bij het betreden van de hindernis, ter hoogte van de vlaggen, de voorgeschreven gang aan te houden met de voorhand van het paard. Bij het verlaten van de hindernis dient de uitgang bij de vlaggen te worden genomen met de achterhand van het paard.
Puntentoekenning per gang en klasse
De wijze waarop een hindernis wordt genomen, beïnvloedt de maximale score per klasse:
- In Junioren, Young Riders, L2, M en Z: een hindernis aanrijden of een hindernis die NIET verplicht in stap gereden wordt, in draf levert maximaal 4 punten op, in stap 0 punten.
Wissels per klasse
Afhankelijk van het niveau worden verschillende wissels gevraagd:
- In Young Riders, M2, Z1 en Z Masters: vliegende wissels zijn vereist. Een eenvoudige wissel levert maximaal 5 punten op.
- In Junioren en M1: een eenvoudige wissel wordt gevraagd door middel van 3 tot 5 passen in stap.
Verplichte gang tussen hindernissen per klasse
De voorgeschreven gang tussen de hindernissen wordt hieronder beschreven. Daarnaast wordt aangegeven bij welke hindernissen stap niet verplicht is.
- Leadline Bixie en Bixie: stijltrail in stap.
- Jeugd B, B1 en B2: stijltrail in draf.
- Jeugd L en L1: stijltrail in draf.
- Junioren, Young Riders, L2, M1, M2, Z1 en Z Masters: stijltrail in galop.
Beschrijving en Uitvoering van Hindernissen
1. De poort
Leadline Bixie: Niet van toepassing.
Beschrijving:
De poort is tussen de 1,5 en 2 meter hoog en minimaal 1,3 meter breed, en wordt gesloten met een ring van ijzer of een soepel materiaal. Afhankelijk van het parcours kan de poort naar rechts of links open. De ruiter opent de poort met zijn vrije hand, rijdt er volledig doorheen en sluit de poort weer, waarbij de hand langs de poort blijft glijden zonder deze los te laten. Deze hindernis kan tweemaal gereden worden; de tweede keer op de andere hand. In de speedtrail mag een touwpoort gebruikt worden.
Algemene Uitvoering:
Het paard nadert de hindernis in de gevraagde gang en schakelt de laatste meter (bij de markeringen) over naar stap, zodat het paard parallel aan de poort (links of rechts, afhankelijk van de opening) opgesteld wordt. De ruiter opent het poortje met zijn vrije hand en begeeft zich, zonder het poortje los te laten, naar de andere kant. Zodra het paard volledig aan de andere kant van de poort staat, mag het paard achterwaarts stappen om de poort te sluiten.
- Klasse B1 en Bixie: De poort staat open. Halthouden in het midden van de poort en 5 seconden stilstaan, daarna verder rijden.
- Klasse Jeugd B en B2: Poort openen (niet sluiten); voldoende openen om veilig door te rijden. In de speedtrail moet de touwpoort geopend worden en netjes worden opgehangen aan de paal, sluiten is niet verplicht.
- Klasse Jeugd L, L1 en L2: Voorwaarts door de poort. Het loslaten van de poort geeft geen strafpunten.
- Klasse Junioren: Voorwaarts of achterwaarts door de poort. Het loslaten van de poort geeft geen strafpunten.
- Klasse Young Riders, M1, M2, Z1 en Z Masters: Voorwaarts of achterwaarts door de poort.
2. De kruik
Beschrijving:
Deze hindernis bestaat uit een tafel van 1 tot 1,5 meter hoog waarop een object staat dat een kruik met water symboliseert. De ruiter pakt het object van de tafel, tilt het tot schouderhoogte op en plaatst het weer terug op de oorspronkelijke plek.
Algemene Uitvoering:
De ruiter nadert de tafel in de gevraagde gang, stopt vlak naast de tafel, tilt de kruik tot schouderhoogte en zet deze terug op de tafel. Daarna vervolgt de combinatie het parcours in de gevraagde gang.
3. Doorgang met bel (L-vorm, dubbele L of U)
Beschrijving:
De ruiter rijdt de doorgang in tot het einde, stopt en luidt de bel met zijn vrije hand, waarna hij de doorgang achterwaarts verlaat. De doorgang is minimaal 1,20 meter breed op het rechte deel en 1,50 meter breed bij de hoek. Elk segment is minimaal 2 meter en gemaakt van planken of springbalken, maximaal 30 cm hoog. Aan het eind van de doorgang hangt een bel die voor zowel links- als rechtshandige ruiters bereikbaar is.
Algemene Uitvoering:
Het paard benadert de hindernis en schakelt bij de markeringen over naar stap. Zonder aarzelen stapt het paard tot het einde van de gang, waarna de ruiter het belletje laat rinkelen. Afhankelijk van de klasse verlaat het paard de hindernis vooruit of achterwaarts.
- Leadline Bixie, Bixie en B1: Rechte gang van maximaal 1 meter. Voorwaarts eruit.
- Jeugd B en B2: Rechte gang van maximaal 3 meter. Voorwaarts eruit.
- Jeugd L, L1 en L2: Recht of L-vorm, maximaal 4 meter. Achterwaarts eruit tot voorbij de markering.
- Junioren, Young Riders, M1, M2, Z1 en Z Masters: Recht, L-vorm. Achterwaarts eruit tot voorbij de markering.
- Z1 en Z Masters: Recht, L-vorm, dubbele L-vorm. Achterwaarts eruit tot voorbij de markering.
4. De dubbele slalom
Leadline Bixie, Bixie en B1: Niet van toepassing.
Beschrijving:
De hindernis bestaat uit twee parallelle rijen palen, 6 meter uit elkaar, met in elke rij palen om de 6 meter. De eerste rij bevat de palen 1, 3, 5, 7; de tweede rij bevat de palen 2, 4, 6. Paal 2 staat tussen palen 1 en 3, enzovoorts. Elke afwijking van de vastgestelde lijn is een fout en moet worden hersteld voordat de volgende hindernis wordt gereden.
Algemene Uitvoering:
De ruiter rijdt een slangenvolte door de palen, waarbij elke wending even groot is. Er wordt scherp om de palen gewent en de bochten blijven klein. De lijnen moeten recht zijn en bij voorkeur niet schuin. Galopwissels en omstelling worden uitgevoerd elke keer als het paard de denkbeeldige middenlijn tussen de palen kruist.
5. De 3 tonnen
Leadline Bixie, Bixie en B1: Niet van toepassing.
Beschrijving:
Drie tonnen staan op de hoeken van een gelijkzijdige driehoek met zijden van 6 meter (gemeten vanaf het hart van het object). De ruiter rijdt de hindernis exact volgens de uitgestippelde lijn van de parcoursbouwer. Elke afwijking is een fout en moet worden hersteld. Voor klasse Z mogen de tonnen 4 meter uit elkaar staan en moeten voorzien zijn van letters en kleuren voor duidelijkheid.
Algemene Uitvoering:
Het paard komt in de gevraagde gang binnen, langs de tonnen zoals aangegeven op het omloopplan. Er zijn verschillende patronen mogelijk, zoals het draaien rond de rechterton of het barrelracepatroon. Bij beide patronen worden wissels links en rechts gevraagd. De bedoeling is drie gelijke cirkels te rijden.
6. Achterwaarts recht, in L-vorm of dubbele L-vorm
Leadline Bixie, Bixie en B1: Niet van toepassing.
Beschrijving:
De doorgang is afgezet met smalle planken of hindernisbalken, maximaal 30 cm hoog. Elk segment is minimaal 2 meter lang en 1,2 meter breed op het rechte deel en 1,5 meter op het deel met de hoek. De ruiter moet over de gehele doorgang achterwaarts gaan.
Algemene Uitvoering:
Het paard benadert de hindernis, schakelt bij de markeringen over naar stap en stapt zonder aarzeling tot het einde. Het paard verlaat de gang achterwaarts tot voorbij de markering.
- Jeugd B en B2: Rechte gang van maximaal 2 meter.
- Jeugd L, L1 en L2: Recht, maximaal 4 meter.
- Young Riders, M1, M2, Z1 en Z Masters: Recht, L-vorm.
- Z1 en Z Masters: Recht, L-vorm, dubbele L-vorm.
7. Stok uit de ton halen
Leadline Bixie, Bixie en B1: Niet van toepassing.
Beschrijving:
Een ton of vat bevat een stok (garoucha) van ongeveer 2,50 meter, bij voorkeur licht van materiaal en zonder splinters. De stok moet gemakkelijk uit de ton te nemen zijn.
Algemene Uitvoering:
De ruiter nadert de ton, neemt de stok zonder het paard te laten reageren. Voor Young Riders, Z1 en Z Masters kan gevraagd worden maximaal twee hindernissen met de stok te rijden, voordat deze wordt teruggezet.
- Jeugd B en B2: De stok wordt vanuit stilstand gepakt.
- Young Riders, M1, M2, Z1 en Z Masters: Maximaal twee hindernissen rijden met de stok.
8. Ringsteken
Leadline Bixie, Bixie en B1: Niet van toepassing.
Beschrijving:
Met behulp van de stok wordt een of meerdere ringen gestoken, meestal geplaatst op een stierenkop of stier met een metalen ring bovenop, bevestigd met een magneet. De ring heeft een diameter van ongeveer 15 cm en moet voor zowel links- als rechtshandigen gestoken kunnen worden.
Algemene Uitvoering:
De ruiter galoppeert vanaf het pakken van de stok in één vloeiende beweging naar het ringsteken, steekt de ring en galoppeert zonder onderbreking verder. Niet gestoken ringen worden bestraft.
- Jeugd B en B2: In stap of stilstand.
9. Stok terugplaatsen in de ton
Leadline Bixie, Bixie en B1: Niet van toepassing.
Beschrijving:
Een ton, gelijk aan die van hindernis 7. De stok moet met de punt naar boven teruggeplaatst worden.
Algemene Uitvoering:
De hindernis verloopt hetzelfde als bij het uitnemen van de stok, met als verschil dat de stok teruggeplaatst wordt. Veiligheid vereist dat de stok met de achterzijde eerst in de ton gezet wordt. De stok mag niet veerkrachtig uit de ton schieten of de ton omverwerpen; anders wordt dit bestraft. Wordt de stok niet teruggeplaatst, dan is de hindernis niet voltooid en levert dit nul punten op.
- Jeugd B en B2: De stok mag vanuit stilstand worden teruggezet.
10. De enkele slalom
Beschrijving:
De hindernis bestaat uit zes flexibele palen van ongeveer 2 meter hoog, in een rechte lijn en op 6 meter afstand van elkaar. Afwijkingen van de vastgestelde lijn zijn fout en moeten worden hersteld. De palen staan in een externe basis bijvoorbeeld een bezemsteel in een pion. De richting staat op het omloopplan aangegeven, het begin wordt gemarkeerd met rode en witte markeringen. De slalom wordt zo dicht mogelijk langs de palen gereden.
Algemene Uitvoering:
De hindernis wordt benaderd in de gevraagde gang. Bij elke richtingsverandering wordt een stelling of galopwissel gevraagd. De galop moet overeenkomen met de richting van de boog. Galopwissels worden uitgevoerd op het middelpunt tussen de palen.
- Young Riders, M1, M2, Z1 en Z Masters: Zes slalompalen.
- Overige klassen: Vijf slalompalen.
11. Figuur acht
Beschrijving:
De hindernis bestaat uit twee tonnen op 6 meter afstand. De ruiter rijdt in het midden aan en rijdt achtereenvolgens om beide tonnen, zodat een volledige figuur acht ontstaat. Afwijkingen van de lijn zijn fout en moeten hersteld worden, anders volgt uitsluiting. De parcoursbouwer bepaalt de rijrichting. De tonnen zijn voorzien van letters en kleuren voor duidelijkheid.
Algemene Uitvoering:
Het paard rijdt in de gevraagde gang tussen de tonnen, maakt een cirkel rond een ton, wisselt in het midden van hand (stelling/galopwissel) en maakt een cirkel rond de andere ton. De cirkels moeten even groot zijn. Daarna verlaat het paard de hindernis.
- M1, M2, Z1 en Z Masters: Tonnen mogen ook 4 meter uit elkaar staan.
12. De brug
Leadline Bixie, Bixie: Niet van toepassing.
Beschrijving:
De brug is 3 tot 6 meter lang, 1,0 tot 1,20 meter breed, en 0,20 tot 0,40 meter hoog. De brug moet stabiel en veilig zijn, versierd in de stijl van Working Equitation of cultuur van het organiserende land. Hij heeft twee zijleuningen van 0,40 tot 1,0 meter hoog die niet vastzitten. De hindernis wordt in stap gereden in stijltrail; in speedtrail is de gang vrij. De hindernis mag twee keer in een parcours gebruikt worden, telkens van een andere kant.
Algemene Uitvoering:
De ruiter nadert de brug in de gevraagde gang, schakelt bij de markeringen over naar stap, stapt over de brug zonder aarzeling of haast, en schakelt na de brug weer naar de gevraagde gang.
In de speedtrail is de gangkeuze vrij.
13. De livestock pen
Leadline Bixie: Niet van toepassing.
Beschrijving:
Een omheinde ruimte (“pen”) met een diameter van circa 3 meter binnen en 6 meter buiten, met een rondgang om de omheining die begrensd wordt door een afzetting van delen van 1,50 tot 2 m lengte en 0,60 m hoogte die overal op 1,50 m van de omheining af staan. De buitenomheining moet veilig zijn en niet uit één geheel bestaan. De binnenring mag vast zijn. Er mogen geen levende dieren in de pen staan.
Algemene Uitvoering:
Het paard komt binnen en maakt een volledige ronde rond de binnenste ring, in de gevraagde gang. In de cirkel wordt de juiste stelling en/of galop aangehouden. Er kan gevraagd worden beide richtingen te rijden; dan draait de ruiter na het verlaten van de pen om de achterhand en rijdt opnieuw de andere kant op. De hindernis kan tweemaal gebruikt worden, telkens een andere kant op. In de speedtrail rijdt de ruiter één ronde, linksom of rechtsom naar keuze.
- Bixie en B1: Eén ronde in stap.
14. De waterpassage
Leadline Bixie, Bixie: Niet van toepassing.
Beschrijving:
Het water mag een echte waadplaats zijn of een gemarkeerde plas. Ook imitatie water, zoals een zeil, mag worden gebruikt mits veilig. Er zijn geen specifieke eisen aan het water; de jury beoordeelt vooraf of de hindernis past in het WE-gebeuren.
Algemene Uitvoering:
De combinatie nadert het water in de gevraagde gang, schakelt bij de markering over naar stap, neemt de hindernis in stap en vervolgt daarna het parcours in de gevraagde gang. In de speedtrail is de gangkeuze vrij.
15. Hoed of voorwerp omzetten
Beschrijving:
Deze hindernis bestaat uit 2 of 5 paaltjes van 1,80 meter hoog, elk op 2 meter naast elkaar en 3 meter achter elkaar. Op een paal hangt een voorwerp dat naar een andere paal verplaatst moet worden, zoals een hoed of bekertje. Voor slalom achterwaarts volstaan ook 3 paaltjes in een rechte lijn en een ingang van 2 meter breed op 2 meter van de eerste paal.
Algemene Uitvoering:
De combinatie schakelt vanuit de gevraagde gang over naar stap of halt, stopt, neemt het voorwerp van een paal en verplaatst het naar een andere paal. Het voorwerp mag niet van hand wisselen. Deze oefening wordt uitgevoerd met halt, recht of slalom achterwaarts, volgens het omloopplan.
- Leadline Bixie, Bixie, Jeugd B, B1 en B2: Halt tussen de paaltjes en het voorwerp verplaatsen van links naar rechts (of andersom), daarna voorwaarts verlaten.
- Jeugd L, L1, L2 en Junioren: Voorwerp opnemen, recht achterwaarts gaan en het voorwerp op de voorste paal aan dezelfde zijde plaatsen. Achterwaarts eruit tot voorbij de markering.
- Young Riders, M1, M2, Z1 en Z Masters: Halt bij het voorwerp, oppakken, slalom achterwaarts en terugzetten op de voorste paal. Achterwaarts eruit tot voorbij de markering.
16. en 17. Zijwaarts gaan links/rechts
Leadline Bixie, Bixie en B1: Niet van toepassing.
Beschrijving:
De hindernis bestaat uit één of meer balken van 3 à 4 meter lang, maximaal 10 cm van de grond. De balken kunnen in rechte lijn, L-vorm of dubbele L-vorm zijn opgesteld. De hindernis kan tweemaal gereden worden, eventueel als nieuwe hindernis op de andere hand. De zijwaartse gang moet afgemaakt worden, ook als balken vallen; anders volgt uitsluiting. Het paard moet aan elke kant van de balk twee hoeven hebben; anders moet de balk opnieuw gereden worden.
Algemene Uitvoering:
De ruiter nadert de hindernis in de gevraagde gang, schakelt bij de markeringen over naar stap en rijdt over de balken volgens het omloopplan. Indien er een uitgang is, volgt bij de markering een overgang naar de gevraagde gang.
- Jeugd B en B2: Balk dwars benaderen, twee voorbenen over de balk en 5 seconden halthouden.
- Jeugd L, L1 en L2: Balk dwars benaderen, twee voorbenen over de balk, vervolgens enkele stappen links of rechts.
- Junioren, Young Riders, M1, M2, Z1 en Z Masters: Verschillende figuren mogelijk.
18. De sprong
Leadline Bixie, Bixie: Niet van toepassing.
Beschrijving:
Natuurlijke hindernis of sprong over strobalen, minimaal 3 meter breed.
Uitvoering:
De combinatie nadert de hindernis in een actieve gang; de ruiter beweegt vloeiend mee en stoort het paard niet in de mond.
- Jeugd B, B1 en B2: Maximale hoogte 20 cm.
- Jeugd L, L1 en L2: Maximale hoogte 40 cm.
- Junioren, Young Riders, M1, M2, Z1 en Z Masters: Maximale hoogte 60 cm.
19. Opsprong
Leadline Bixie, Bixie, Jeugd B, Jeugd L, B1, B2, L1 en L2: Niet van toepassing.
Beschrijving:
Vrijstaand obstakel met duidelijke rand en vaste ondergrond, maximaal 0,60 meter hoog en 3 meter breed. Er ligt een balk van maximaal 0,20 meter voor de opsprong.
Uitvoering:
Het paard beweegt voorwaarts en de ruiter benadert correct.
- Junioren, Young Riders, M1, M2, Z1 en Z Masters: Maximale hoogte 60 cm.
20. Afsprong
Leadline Bixie, Bixie, Jeugd B, Jeugd L, B1, B2, L1 en L2: Niet van toepassing.
Beschrijving:
Vrijstaand obstakel met duidelijke rand en vaste ondergrond, maximaal 0,60 meter hoog en 3 meter breed.
Uitvoering:
Het paard beweegt voorwaarts en de ruiter benadert correct.
- Junioren, Young Riders, M1, M2, Z1 en Z Masters: Maximale hoogte 60 cm.

